Naoorlogse Generatie
Kenmerken van deze groep
Met ‘Naoorlogse Generatie’ doelen we op mensen van wie de ouders - of een van hen - tijdens de Tweede Wereldoorlog getraumatiseerd zijn. Hoewel zij zelf niet zijn blootgesteld aan georganiseerd geweld, kunnen deze mensen psychische klachten hebben die verband houden met de traumatisering van hun ouders.
Die traumatisering kan hebben doorgewerkt in de wijze van opvoeden. Vaak ontwikkelen mensen uit deze groep pas op latere leeftijd psychische klachten, soms pas als ze zelf kinderen krijgen. In de relatie met hun getraumatiseerde ouders zien we vaak extreme loyaliteitsgevoelens: hun ouders hebben zoveel doorstaan en meegemaakt dat kinderen hen gaan ontzien, sterk ondersteunen of op een voetstuk plaatsen. Ook kan een sterke vorm van verantwoordelijkheidsgevoel spelen, of een hechting aan de ouders die zo intens is dat men moeite heeft om een eigen identiteit te ontwikkelen.
Beknopt zorgprogramma Naoorlogse Generatie
Stichting Centrum ’45 behandelt mensen aan de hand van zorgprogramma’s. In deze programma’s staat onder andere uitgebreid omschreven wat de algemene kenmerken zijn van de specifieke doelgroep, wat de psychische klachten (kunnen) zijn en hoe gehandeldoelen bereikt kunnen worden. Bij elke doelgroep vindt u een beknopte versie van het zorgprogramma [
pdf-440kB]
Persoonlijke verhalen
"Soms lijkt het alsof ik er zelf bij ben geweest, zoveel weet ik over de oorlogsjaren. Over die periode wilde ik alles weten, omdat het een manier was om mijn vader te leren kennen, die in april 1945 is vermoord. Toch spraken we thuis niet veel over de achtergronden van de oorlog. Materieel kwam ik ook niets te kort, maar er was weinig aandacht voor mijn gevoelens en goed contact met mijn moeder was er niet.
Zowel in mijn relaties als met mijn gezondheid heb ik veel problemen gekend. Een breekpunt kwam toen ik op zoek ging naar de man die mijn vader destijds had verraden. Met hem en zijn familie ging het heel goed, en dat was voor mij onverteerbaar. Ik werd uiteindelijk doorverwezen naar Stichting Centrum ’45 en voelde me al na korte tijd veilig - iets wat ik vroeger gemist had. In de groepsgesprekken merkte ik dat ik het mensen steeds naar de zin wilde maken. Pas na mijn therapie ben ik me weer vrij gaan voelen. Ik kan voor mezelf opkomen, ik kan 'ik' zeggen, in de zin van: nu ben ik aan de beurt."